de vlinder

Fragment 1:

Aan een grote tafel zitten een heleboel verschillende dieren met elkaar te eten en te kletsen. Ferdinand heeft net de zeemeermin ontmoet als er een grote boom aan komt lopen…

Toen de boom dichterbij kwam zag Ferdinand dat er geen enkel blaadje aan de boom zat, terwijl het toch echt al lente was. De boom kwam vlakbij de tafel tot stilstand en ging met een grote plof zitten. Zijn takken kraakten, zijn wortels friemelden in de grond. En toen begon hij langzaam te praten. 
“Een hele tijd geleden toen de zon elke dag volop scheen en iedereen nog met elkaar praatte en danste, toen iedereen elkaar nog gedag zei en elkaar omhelsde, was er van de ene dag op de andere dag een onzichtbare kracht die het bos deed trillen en die met een megasterke windvlaag alle paddenstoelen in een keer omver wierp. Niemand wist wanneer die onzichtbare kracht weer zou terugkomen, hij kwam altijd onverwachts, en liep je lekker op een landweggetje te genieten van de madeliefjes in het gras, werd je met een grote kracht omver geblazen en vlogen alle bloemen door de lucht. Omdat niemand wist wie die onzichtbare kracht was hadden ze hem de rimpeling genoemd. Hardop durfden niemand die naam uit te spreken, bang dat hij er dan ineens zou zijn.” De dieren die naar het verhaal luisterden knikten naar elkaar, dat verhaal kenden ze wel, van hun oma’s en opa’s. Maar gelukkig hadden ze daar zelf nooit mee te maken gehad. De rimpeling was van de ene op de andere dag verdwenen. Vertrokken naar…? Niemand wist het. Er ging een rilling door de groep. Sommige dieren trokken een dekentje over hun schouders, anderen schoven nog wat dichter naar elkaar toe. De oude boom ging verder. “Iedereen had op zijn eigen manier een middel gevonden om de losgerukte madeliefjes en gevallen dieren weer beter te maken. De ene deed dat door te zingen, de andere door kruidenmengseltjes, weer een andere door gewoon bij de ander te zijn, de volgende door een dansje, of door een mooi verhaal te vertellen.“ Ferdinand ging totaal op in het verhaal en de zeemeermin naast hem had tranen in haar ogen. Alle dieren hadden elkaars pootjes, vinnen, gewei of horens vastgepakt. Ook Ferdinand en de zeemeermin hielden elkaar stevig vast. En toen uit het niets, was daar een enorme kracht die het tafellaken omhoog gooide en alle bordjes en het bestek en de schalen met lekkere hapjes vlogen door de lucht. En daarna gingen ook de stoelen de lucht in en de tafel, het was een grote chaos. De dieren probeerden zich aan de tafel vast te houden, elkaar vast te klampen, maar wat ze ook probeerden, ze moesten elkaar loslaten, de wind was te sterk. Er klonken kreten, sommige dieren huilden, anderen trilden…
De grote onzichtbare kracht, de rimpeling was terug. En hoe…

Fragment 2:

Ferdinand, dolfijn, roodborstje, zebra en het vliegend hert zitten in een bootje op de oceaan, ze hebben al dagen geroeid en zijn nog steeds niet thuis….

De volgende ochtend werd hij heel vroeg wakker. De dolfijn had zijn ronde snuit tegen zijn gezicht aan gelegd, en hem een echt dolfijnen kopje gegeven. Ferdinand deed zijn ogen open en keek recht in de mooie ogen van dolfijn. Die gaf hem direct weer een kopje. Ferdinand deed heel erg zijn best, maar kon niet meer verhinderen dat er een grote ronde traan uit zijn oog rolde. Dolfijn zei niets, maar legde zijn koppie tegen die van Ferdinand. Nu kon Ferdinand zijn tranen helemaal niet meer inhouden, en huilde hij eerst heel zachtjes en daarna steeds luider zijn verdriet over het water van de oceaan uit. Alle dieren werden wakker en kwamen naar hem toe, ze zaten uiteindelijk allemaal in een kringetje heel dicht tegen elkaar aan, en vlakbij Ferdinand. Heel voorzichtig keek Ferdinand zijn vriendjes aan en haalde adem en daarna volgde een grote zucht. 

Wat super dat jullie hier zijn. Ik weet niet zo goed wat ik heb, maar ik voel me al een paar dagen niet zo blij, niet zo vrolijk. Kennen jullie de zeemeermin? Ferdinand keek de groep stuk voor stuk aan. “Ja, zei het roodborstje, ze zat aan de tafel, vlak naast jou, ik heb jullie samen zien praten. Hoe zo? Ik, weet niet zo goed hoe ik met moet vertellen maar ik denk dat ik haar leuk vind, heel erg leuk. Ik heb al zo vaak over haar gedroomd en toen op die dag dat we samen aan die grote tafel zaten, kwam mijn droom ineens uit. Ik was samen met haar in haar huis toen de rimpeling ook onder water kwam en daarna heb ik haar niet meer gezien. Ik mis haar, ik wil haar zo graag leren kennen, zo graag weten wie ze is en hoe haar leven eruit ziet. Vanochtend voelde ik dat ze zo dichtbij me was en toen gebeurde dit. Dolfijn knikte en begon toen ook te praten. Voordat ik bij jullie aan tafel zat danste ik de liefdesdans met een prachtig vrouwtje. We dansten samen de mooiste bewegingen, alsof we dat al heel veel eerder hadden gedaan, maar alles ging als vanzelf. Zonder voorbedachte danspasjes, we voelden elkaar o, zo goed aan. Voordat wij aan tafel gingen verdween ze in het water. Ook ik heb geen idee waar ze is, en ik snap zo goed hoe je je voelt. Even hielden ze elkaars vinnen stevig vast en alle andere dieren knikten zachtjes. Wat fijn dacht Ferdinand, wat fijn om iemand te kennen die hetzelfde voelt als ik. Het is dus helemaal niet gek dat ik dit allemaal voel. Gelukkig!
Ze besloten dat er die dag niet heel veel geroeid hoefde te worden. De plek waar ze lagen was helemaal prima. Vandaag was een dag om uit te rusten en gewoon even alleen maar te zijn. De een na de andere gaf een zucht van verlichting, het was dus echt een hele goede timing dat ze even niet hun best hoefden te doen. In plaats daarvan vertelden ze elkaar verhalen, over hun leven, over vroeger, over hun dromen en hun liefdes.

Fragment 3:

Na dagen roeien komen ze aan bij een eiland met een grote toren en ontmoeten ze nog meer vrienden…

Het hele groep ging daarna achterelkaar, de trap af, naar beneden. Ferdinand voorop en de hond was de laatste. Behalve de twee verliefde vliegende herten, die gingen hand in hand de treden af.  Eenmaal beneden zag Zebra in de woon kamer een grote vleugel staan en hij rende erop af. Hij moest proberen of hij nog zo goed kon spelen als vroeger. Hij zette eerst voorzichtig zijn ene hoefje op de toetsen en daarna zijn andere hoefje. Heel zachtjes speelde hij het liedje dat hij vroeger zo mooi vond. Hij volgde het gevoel in zijn hart, en zo ontstond zijn eerste eigen liedje, zomaar op die dag. Hij speelde en speelde en hoefde niet meer te kijken welke toetsen hij zou aanraken. Het was het mooiste lied dat iedereen ooit had gehoord. De twee kwallen keken elkaar aan en begonnen samen te dansen, de twee vliegende herten pakten elkaars gewei vast en dansten een wals die dwars door de kamer ging. De dolfijn en de spin deden een soort van rock and roll dans. Waarbij ze elkaar om de beurt in de lucht gooiden en weer opvingen. Ferdinand keek de zeemeermin aan en gaf haar een zachte kus. Iedereen danste de sterren van de hemel. Het roodborstje en de hond maakten er een soort volksdans van en daarna dansten iedereen met elkaar in een grote kring om de vleugel en zebra heen. Ze dansten en dansten en dansten totdat het diep in de nacht was en iedereen op het grote kleed in de hal in slaap viel. De kwal in de lange witte jurk dekte iedereen nog even lekker toe en wenste iedereen welterusten. En iedereen viel met een grote glimlach op het gezicht in een diepe diepe slaap. Wat waren ze moe van al die dagen op zee, al dat roeien en de onzekerheid. Wat waren ze blij dat ze samen met hun allerbeste vrienden waren. Als je je oor tegen de deur van de toren had gelegd had je een groot lied vol tevreden en ontspannen gesnurk gehoord.